Onderzoek microplastics door offshore windturbines

Windturbine op zee

Slijtage en microplasticsvrijgave

Windturbines op zee worden constant blootgesteld aan extreme omstandigheden. Regen, hagel, zout water en krachtige windstromen tasten de turbinebladen aan. Vooral de voorranden van de bladen, die met enorme snelheid door de lucht bewegen, krijgen het zwaar te verduren. Door deze erosie ontstaan kleine scheurtjes en breuken in het composietmateriaal. Op den duur laten microscopisch kleine fragmenten los die in het zeewater belanden. Deze deeltjes zijn nauwelijks zichtbaar maar worden door metingen in watermonsters en sediment wel duidelijk aangetoond.

TNO berekende dat alleen al in de Nederlandse Noordzee circa 100 kilogram microplastics per jaar uit turbinebladen vrijkomt. Hoewel deze hoeveelheid veel kleiner is dan de duizenden tonnen die uit andere bronnen afkomstig zijn, zoals autobanden, verf en textielvezels, groeit de bezorgdheid. De Noordzee krijgt er de komende jaren tientallen windparken bij, wat betekent dat de totale uitstoot kan toenemen. Deze ontwikkeling maakt het noodzakelijk om de effecten van slijtage nu al beter te begrijpen en in te perken.

Internationale cijfers in perspectief

In Denemarken werd berekend dat een turbineblad jaarlijks tussen de 80 en 1000 gram materiaal verliest, afhankelijk van de locatie en de weersinvloeden. Voor heel Denemarken komt dit neer op ruim 1,6 ton per jaar. In Noorwegen worden in sommige studies zelfs waarden genoemd tot 62 kilo per turbine per jaar. Zulke verschillen komen vooral voort uit uiteenlopende rekenmethodes en aannames, waardoor internationale vergelijking lastig blijft. Toch bevestigen alle onderzoeken hetzelfde beeld: slijtage van bladen is overal aanwezig en zorgt voor microplastics in zee en op land.

Deze variatie laat zien hoe belangrijk lokale omstandigheden zijn. Windparken in gebieden met veel regenval en hoge windsnelheden hebben sneller last van erosie dan parken op rustigere locaties. Ook de gebruikte materialen en de dikte van de beschermlaag spelen een grote rol. Dat maakt maatwerk en plaatsgebonden onderhoud essentieel. Voor beleidsmakers en exploitanten zijn betrouwbare data onmisbaar om onderhoudsschema’s af te stemmen en de milieu-impact zoveel mogelijk te beperken.

Innovaties en oplossingen

Om de uitstoot van microplastics te verminderen, wordt gewerkt aan meerdere innovatieve technieken. Fabrikanten ontwikkelen nieuwe coatings die de bladen beter beschermen tegen inslag van regendruppels en hagel. Deze beschermlagen verlengen niet alleen de levensduur van de bladen, maar beperken ook de hoeveelheid loslatende deeltjes. Daarnaast onderzoeken bedrijven of bladen tijdelijk langzamer kunnen draaien bij zware regen, waardoor de inslagsnelheid van druppels lager is en de schade vermindert. Zulke maatregelen kunnen de uitstoot met tientallen procenten terugbrengen.

Onderzoeksinstituten zoals TNO maken gebruik van radargegevens, sensoren en computermodellen om slijtage nauwkeuriger te voorspellen. Deze zogeheten erosie-atlassen brengen per locatie de grootste risico’s in kaart. Daarmee kunnen windparken onderhoud plannen op het juiste moment en preventief ingrijpen. Dat levert niet alleen milieuwinst op, maar zorgt er ook voor dat de turbines efficiënter blijven draaien. Elke ongeplande stilstand betekent namelijk minder energieopbrengst en hogere kosten, waardoor slim onderhoud dubbel loont.

Toekomstig onderzoek en impact

De ecologische gevolgen van microplastics uit windturbines zijn nog niet volledig bekend. Kleine deeltjes kunnen door plankton worden opgenomen en uiteindelijk in vissen, schelpdieren en zeezoogdieren terechtkomen. Zo belanden ze ook indirect in de voedselketen van de mens. Hoewel de bijdrage van turbines momenteel nog beperkt is, wijzen mariene biologen erop dat iedere extra bron de druk op ecosystemen vergroot. Zeker in de Noordzee, die al kampt met vervuiling, scheepvaart en visserij, telt elke vermindering van microplastics mee.

De komende jaren wordt internationaal onderzoek opgevoerd. Projecten zoals het Deense PREMISE richten zich op het meten van deeltjesgrootte, samenstelling en effecten op mariene organismen. Door samen te werken en kennis te delen hopen wetenschappers betere meetmethoden en betrouwbare modellen te ontwikkelen. Met die informatie kunnen beleidsmakers en bedrijven gerichte keuzes maken over materialen, onderhoud en regelgeving. Zo kan de overgang naar duurzame energie worden gecombineerd met het beschermen van het milieu en het behoud van gezonde zeeën.

Gerelateerde berichten

Reactie plaatsen

Door een reactie te plaatsen bevestig je dat je ons Privacybeleid hebt gelezen.