Hof Amsterdam vernietigt boete British American Tobacco

Nederlands gerechtshof gebouw

Uitspraak van het gerechtshof Amsterdam

Het gerechtshof van Amsterdam heeft een opmerkelijke uitspraak gedaan in de belastingzaak tegen British American Tobacco (BAT). Waar eerder een boete van 106 miljoen euro was opgelegd, heeft het hof die sanctie nu van tafel geveegd. Volgens de rechters is er geen sluitend bewijs dat het bedrijf bewust een verkeerde belastingaangifte heeft gedaan. Dat betekent dat de zwaarste straf niet overeind blijft.

De kern van de zaak draait om de periode van 2008 tot en met 2016. In die jaren zouden de Nederlandse onderdelen van BAT diensten hebben afgenomen van buitenlandse zustermaatschappijen tegen te hoge prijzen. Daardoor kwam de winst in Nederland lager uit en dus ook de belastingafdracht. De Belastingdienst zag dit als een bewuste strategie om minder belasting te betalen.

Hoewel de rechter in eerste aanleg deze redenering grotendeels volgde, kwam het hof nu tot een andere conclusie. Het hof erkent wel dat er te veel in rekening is gebracht en dat dit moet worden gecorrigeerd, maar het bewijs voor opzet ontbreekt. Zonder dat element kan een bestuurlijke boete van deze omvang niet overeind blijven.

De uitspraak maakt duidelijk dat er een scherp onderscheid is tussen onjuiste belastingaangiften en aantoonbare fraude met opzet. Waar de Belastingdienst dacht een sterk dossier te hebben, legt het hof de lat voor bewijsvoering aanzienlijk hoger. Dat kan gevolgen hebben voor toekomstige fiscale rechtszaken tegen grote internationale bedrijven.

Correcties op de winstberekening

Hoewel de forse boete van de baan is, blijft de kern van de belastingcorrecties wel overeind. Het hof bevestigt dat er ruim 1,9 miljard euro aan winst moet worden bijgeteld, omdat BAT in Nederland te weinig winst heeft verantwoord.

Het gaat hierbij onder meer om interne verrekenprijzen, factoring en kosten voor garantstellingen. Deze uitgaven werden door BAT opgevoerd als zakelijke kosten, maar volgens het hof ontbrak de juiste onderbouwing. Daardoor zijn ze grotendeels geschrapt en moet er alsnog belasting over die bedragen worden betaald.

Kleinere boete blijft bestaan

Naast de belastingcorrecties blijft er nog een kleinere boete staan. Het gaat om een bedrag van ongeveer 2 miljoen euro dat te maken heeft met te hoge factoringkosten die aan een Belgische dochtermaatschappij waren betaald.

Het hof oordeelt dat dit onderdeel wél voldoende bewijs bevatte om van een overtreding te spreken. Hoewel dit bedrag in verhouding klein lijkt, geeft het aan dat rechters niet alles hebben afgewezen en dat BAT toch een tik op de vingers krijgt.

Gevolgen voor British American Tobacco

Voor BAT is de uitspraak dubbel. Enerzijds valt de enorme last van 106 miljoen euro boete weg, wat een belangrijke opluchting zal zijn. Anderzijds moet het bedrijf nog altijd miljarden extra belasting betalen, waardoor de financiële impact groot blijft.

Dit soort fiscale correcties kan bovendien doorwerken in de jaarcijfers en de reputatie van het bedrijf. Internationale structuren en interne verrekenprijzen staan nu opnieuw onder een vergrootglas, zowel bij toezichthouders als in de publieke opinie.

Les voor de Belastingdienst

Voor de Belastingdienst is deze uitspraak een signaal dat het niet genoeg is om enkel een afwijking aan te tonen. Er moet overtuigend bewijs zijn dat een bedrijf bewust verkeerde keuzes heeft gemaakt. Dat maakt de bewijslast zwaarder, maar ook eerlijker.

Tegelijkertijd geeft het hof de Belastingdienst wel gelijk op veel inhoudelijke punten. Het grootste deel van de correcties blijft immers overeind, waardoor de fiscus alsnog miljarden aan extra inkomsten binnenhaalt.

Blik op de toekomst

De zaak rond BAT laat zien hoe complex fiscale geschillen met multinationals zijn. Verrekenprijzen, interne licenties en kostenconstructies zijn vaak juridisch en financieel ingewikkeld, waardoor langdurige procedures bijna onvermijdelijk zijn.

Het is nog niet uitgesloten dat er verdere juridische stappen volgen. Zowel BAT als de Belastingdienst kan besluiten om in cassatie te gaan bij de Hoge Raad, waarmee het dossier nog jaren kan doorslepen. Voorlopig blijft de uitspraak van het hof echter een belangrijk ijkpunt in de Nederlandse fiscale rechtspraak.

Gerelateerde berichten

Reactie plaatsen

Door een reactie te plaatsen bevestig je dat je ons Privacybeleid hebt gelezen.